Hebt u vermogen? Dan betaalt u daar belasting over. Maar niet over uw hele vermogen. Er geldt een vrijstelling. Dat wil zeggen dat u alleen belasting betaalt over het deel van uw vermogen dat boven een bepaald bedrag uitkomt. Dit bedrag heet het heffingvrij vermogen. Het basisbedrag voor 2015 is € 21.330. In 2016 wordt dit € 24.437 (voor fiscaal partners € 48.874).

Als AOW-gerechtigde kunt u tot en met 2015 recht hebben op een extra verhoging (maximaal € 28.236 per persoon) van het heffingvrij vermogen. Dit wordt ook wel de ouderentoeslag genoemd. Deze ouderentoeslag is afhankelijk van de hoogte van uw inkomen. Bij een inkomen boven € 20.075 bestaat geen recht op ouderentoeslag. Die extra verhoging van het heffingvrij vermogen vervalt vanaf 2016, omdat het kabinet de belastingvrijstelling voor inkomen uit vermogen voor iedereen gelijk wil trekken. Ouderen met vermogen worden voortaan dus hetzelfde behandeld als andere burgers met vermogen.

Dit kan dus betekenen dat u meer belasting verschuldigd bent. De gevolgen voor de huurtoeslag kunnen nog veel groter zijn. Bij een vermogen groter dan € 21.437 (alleenstaande) of € 42.874 (fiscaal partners) bestaat er geen recht meer op huurtoeslag over 2016.

Huurtoeslag 2016. Wat te doen?:

  • laat de huurtoeslag 2016 tijdig stopzetten. Hiermee wordt voorkomen dat men t.z.t. weer grote bedragen moet terugbetalen of;
  • zorg ervoor dat uw vermogen wordt verlaagd tot maximaal het heffingvrij vermogen. Dit kan o.a. door het doen van schenkingen aan (klein-)kinderen, uitbetalen van “kindsdelen” van een overleden echtgenoot of grote uitgaven nog dit jaar realiseren.

Als bovenstaande voor u (en/of uw ouders) van toepassing is, kunt u met ons contact opnemen. Wij kunnen dan bekijken of er nog iets “te redden is” van de huurtoeslag 2016.